Meningen over de echte wereld van iemand die er een blik op wierp, en vluchtte
Ik heb een regelmatig terugkerende droom over Kenyon. Op de eerste dag van het schooljaar, op weg naar mijn eerste klas, loop ik naar het postkantoor. Opeens komt in me op dat ik het rooster niet ken, en dat ik eigenlijk niet weet welke klassen ik volg, of waar ik in vredesnaam naar toe moet.
Terwijl ik het stoepje van het postkantoor opstap besef ik me dat ik de sleutel van mijn postbus niet bij me heb, en, bovendien weet ik niet meer wat mijn postbusnummer ook al weer was. Ik weet zeker dat iedereen die ik ken me een brief heeft gestuurd, maar ik kan er niet bij. Ik word met de minuut zenuwachtiger en geïrriteerder. Ik ga terug terwijl ik mijn hersens pijnig, en ik vraag mezelf af, “Hoeveel jaar nog voordat ik afstudeer? … Wacht, ben ik niet al afgestudeerd?? Hoe oud BEN ik eigenlijk?” En dan word ik wakker.
Ervaring is voedsel voor de hersens. En vier jaar op Kenyon is een zware maaltijd; het zou me niet verbazen als je brein nog jarenlang Kenyon opboert. En ik denk dat de reden dat ik deze droom blijf houden is dat het centrale beeld een metafoor is voor een groot deel van het leven: dat wil zeggen, je weet niet waar je naar toe gaat noch wat je moet doen.
Ik ben precies tien jaar geleden afgestudeerd. Dat geeft me niet zo vreselijk veel ervaring, maar ik word gesterkt door het feit dat ik me helemaal niets kan herinneringen van MIJN afstudeerplechtigheid, en ik vertrouw erop dat, over een half uurtje, jullie je ook niets van die van jullie zullen herinneren.
Halfweg mijn tweede jaar hier op Kenyon besloot ik een kopie te schilderen van Michelangelo’s De Schepping van Adam uit de Sixtijnse Kapel op het plafond van mijn studentenflat. Als ik op een stoel stond kon ik er bij, en ik plakte een deel af, maakte een raster, en begon het schilderij te kopieren uit mijn boek over kunstgeschiedenis.
Met je armen boven je hoofd werken is zwaar werk, dus een paar van mijn meer vindingrijke vrienden flansten een steiger voor me in elkaar: met twee stoelen op mijn bed, de tafel uit de kantine daar bovenop en leunend op mijn kleerkast. Door op mijn bed te klimmen en dan de stoelen op kon ik mezelf op de tafel hijsen, en betrekkelijk comfortabel een halve meter onder mijn schilderwerk liggen. Mijn kamergenoot gaf me mijn verf aan, en zo kon ik een paar uur per keer er aan werken.
Het kostte me maanden om het schilderij te kopieren, en ik had het werk pas vlak tegen het einde van het schooljaar af. Ik was toen niet zo’n beste kunstschilder, maar wat mijn werk ontbeerde in kleurbesef en technische finesse werd meer dan goed gemaakt door de ongerijmdheid van het hebben van een meesterwerk uit de Renaissance, in een studentenflat met de onmiskenbare geur van oud bier en nog ouder wasgoed.
Het schilderij verleende mijn kamer een air van kosmische grandeur, en het leek het leven in een groter perspectief te plaatsen. Die langdradige, bloemrijke Engelse dichters leken niet half zo belangrijk als boven mijn hoofd God in de mens het levensvuur ontstak.
Mijn vrienden en ik vonden het uiteindelijke resultaat zelfs zo mooi dat we besloten er toestemming voor te vragen. Zoals je je kunt voorstellen was de flateigenaar erg benieuwd waarom ik er op gebrand was dit kunstwerk te schilderen, slechts een paar weken voordat het studiejaar ten einde was. Je wordt natuurlijk geen tweedejaars op Kenyon zonder ideeën zo uit de lucht te kunnen plukken, maar ik denk dat het wel duidelijk was dat m’n voorstel pas achteraf werd ingediend. Het draaide er op uit dat het me toegestaan werd om het kunstwerk te schilderen, als het plafond aan het eind van het jaar maar weer in de originele kleur werd overgeschilderd. En dat is wat ik heb gedaan.
Ondanks de futiliteit van dit hele verhaal heb ik juist de beste herinneringen aan dit soort momenten: dingen worden gedaan, niet omdat iemand het van je vraagt, maar vanuit een onverklaarbare innerlijke drijfveer, Ik heb nooit zoveel tijd of moeite besteed aan welk werkstuk of document dan ook, als aan dit ene stuk vandalisme.
Het is verbazingwekkend hoe hard we kunnen werken als we dat werk louter voor ons zelf doen. En met alle respect voor John Stuart Mill, misschien is utilitarisme wel overschat. Als ik een ding geleerd heb als cartoonist dan is het wel hoe belangrijk speelsheid is voor creativiteit en geluk. In wezen is mijn baan niet meer dan het verzinnen van 365 ideeën per jaar. Als je ooit wil weten hoe oninteressant je werkelijk bent, neem dan een baan waarin je salaris wordt bepaald door de kwaliteit en kwantiteit van je ideeën. De enige manier waarop ik kan blijven schrijven en tekenen, dag na dag, jaar na jaar, is door mijn geest in nieuwe territoria te laten rondscharrelen. En daarvoor moet ik een soort geestelijke speelsheid cultiveren.
Er wordt ons niet echt geleerd hoe we ons constructief kunnen vermaken. We moeten meer doen dan afleiding zoeken: we moeten onszelf vernieuwen en groeien. Ter ontspanning gaan we veel te snel voor de TV hangen, en we laten onze hersen smelten in zijn verleidelijke idioterie. Stoppen met nadenken is niet recreatief. Onze hersens zijn als de auto van een accu: je laadt ‘m op door ‘m te laten draaien.
Het zal je verbazen hoe snel de routine en de eisen van het dagelijkse leven je uren opslokken. Het zal je verbazen hoe snel je politieke voorkeur, en wat je gelooft, het resultaat is van gewoonte in plaats van nadenken en navragen. Het zal je verbazen hoe snel je je gaat aanpassen aan wat anderen van je denken, in plaats van wat er werkelijk toe doet. Het zal je verbazen hoe snel het een luxe wordt om een een goed boek te lezen.
Hier op school wordt je elke dag gebombardeerd met nieuwe ideeën. Daarbuiten, in de echte wereld, zul je jezelf moeten motiveren om nieuwe ideeen te vinden. Als je geluk hebt zul je nooit iets nieuws hoeven te verzinnen, maar jullie zijn slimme, creatieve jongelui: op jullie zal je hele leven een beroep worden gedaan om ideeën en oplossingen te bedenken. Je hersens laten spelen is de beste manier om problemen op te lossen.
Voor mij was het bevrijdend om mezelf dagelijks te verplaatsen een fictief kind van zes en zo mijn eigen nieuwsgierigheid te herontdekken. Ik sta er nog steeds versteld van hoe het ene idee tot het andere kan leiden als je je hersens gewoon wat laat spelen en rondzwerven. Ik weet nu veel meer van dinosaurussen, bijvoorbeeld, en die kennis heeft me gered van een aardig aantal deadlines. Een speelse geest is leergierig, en leren is leuk. Als je toegeeft aan je natuurlijke nieuwsgierigheid en aardigheid houdt in het opdoen van nieuwe ervaringen, dan zul je zien dat ‘t als een soort schokdemper kan functioneren voor de hobbelige weg die je tegemoet gaat.
Dus. Hoe is het dan, in die echte wereld? Wel, het eten is er beter, maar behalve dat kan ik het niet echt aanraden.
Op die eerste jaren als vers afgestudeerde kijk ik niet echt met genegenheid terug, en als ik jullie een paar maanden eerder had toe mogen spreken had ik je geadviseerd om wat examens te missen en dit moment van afstuderen zo lang mogelijk uit te stellen. Maar daarvoor is het nu te laat.
Toen ik zat waar jullie nu zitten was ik een van de weinigen die kon uitkijken naar een comfortabel baantje. Ik had vier jaar lang politieke cartoons getekend voor het universiteitsblad, en de Cincinatti Post had me ingehuurd als cartoonist. Al mijn vrienden vreesden het beruchte eerste jaar op de rechtenfaculteit, of wanhoopten over hoe ze iemand ervan konden overtuigen dat een graad in geschiedenis ook maar enige waarde had buiten de universiteit.
Man, wat voelde ik me lekker zelfvoldaan
Maar. De hoofdredacteur bleek vrijwel meteen spijt te hebben dat hij me aangenomen had. Tegen het einde van de zomer was me mijn ontslag aangezegd; tegen het begin van de winter was ik werkloos, en aan het eind van het eerste jaar af-universiteit was ik blut en woonde ik weer bij mijn ouders. Je kunt je voorstellen dat mijn vader tamelijk geërgerd was dat Kenyon geen geld terug gaf.
Mijn carrière was al uit elkaar gespat op het lanceerplatform, en dat dwong me tot wat gewetensonderzoek. Ik besloot uiteindelijk dat ik het niet in me had om een goede politieke cartoonist te worden — namelijk, een interesse in de politiek — en besloot terug te keren naar mijn eerste liefde, het tekenen van strips. Jarenlang kreeg ik niets anders dan afwijzingen, en daardoor zag ik me genoodzaakt een echte baan te vinden.
Een echte baan is een baan die je haat. Ik maakte advertenties voor auto’s en supermarktspullen in een raamloze kelder van een warenhuis, en ik haatte elke minuut van de vierenhalf miljoen minuten die ik er werkte. Mijn medegevangenen waren voornamelijk bezig met hoe ze de klok op de seconde af konden prikken zodat ze 20 cent extra konden verdienen zonder er iets voor te hoeven doen. Het was ongelooflijk: na elke pauze stond iedereen in de garage waar de prikklok was te wachten op die laatste klik. En, toen de pakking van mijn tweedehands auto voor de tweede keer vervangen moest worden stond ik er ook.
Het is opmerkelijk hoe, hier op Kenyon, je het voor normaal houdt dat de mensen om je heen aan iets meer denken dan alleen de laatste aflevering van Dynasty. Dat is waarschijnlijk wat ze bedoelen met een ivoren toren.
Na een paar maanden in deze baan hunkerde ik zo naar wat geestelijke verheffing dat ik tijdens de lunchpauze die boeken over politiek begon te lezen die ik om de een of andere reden hier op Kenyon nooit uit had gekregen. Sommige van die boeken waren eigenlijk best interessant. Het was een onaangename verrassing te leren hoe leeg en mechanisch je leven kan zijn als je je niet betrokken voelt bij wat je doet, en dat je dat alleen maar doet om je rekeningen te betalen. Thoreau zei al: “de grote massa leidt levens in stille wanhoop.” Dat is een van die domme standaardcitaten die je hart koud kan maken als je ouder wordt. Ik, ik leidde een leven van schreeuwende wanhoop.
Toen het er naar uit begon te zien dat ik de rest van m’n leven zou moeten schrijven over “Megalomane Middernachts Uitverkopen” probeerde een vriend me te troosten door te zeggen dat schuim altijd boven komt drijven. Ja, dacht ik dan altijd, dat geldt ook voor mensen die zich verdrinken.
Ik vertel dit allemaal omdat het belangrijk is te erkennen dat er niet zoiets bestaat als instant succes. Je doet er goed aan datgene in jouw te ontwikkelen dat je gelukkig maakt, onafhankelijk van het al of niet halen van succes. De meeste van ons komen er pas achter waar we naar toe gaan als we er aankomen. Dan kunnen we omkijken en zeggen, ja: dit was overduidelijk waar ik naar toe ging. ‘t Is een goed idee om de omleidingen te leren waarderen, want je zult er ongetwijfeld een paar nemen.
Ik teken de strip nog niet zo lang als het me kostte om die baan te vinden. Vijf jaar lang afwijzingen kunnen verdragen vergt of een aan een waanidee grenzend zelfvertrouwen, of een grote liefde voor tekenen. Ik heb een grote liefde voor het tekenen. Als je vijf jaar lang strips tekent zonder er iets aan te verdienen wordt het je wel duidelijk dat de lol ervan niet zit in rijk worden; het zit ‘m in het tekenen zelf. Dit besef bleek erg belangrijk te zijn toen ik uiteindelijk wel succes boekte.
Zoals zoveel mensen kwam ik er achter dat waar ik achteraan zat niet was wat ik ving. Ik heb cartoonist willen worden sinds ik groot genoeg was om ze te lezen, en ik had eigenlijk nooit nagedacht over striptekenen als een onderneming. Ik had me nooit bedacht dat een strip die ik bedacht had aan de genade zou zijn overgeleverd van die bloedzuigende parasiet –het perssyndicaat– en dat ik zou moeten nadenken over ontelbare ethische beslissingen die zich vermomd hadden als simpele ondernemingsbeslissingen. Om een ondernemingsbeslissing te nemen heb je geen filosofie nodig: al wat je nodig hebt is hebzucht, en misschien een idee van hoe het spelletje in elkaar steekt.
Hoe populairder mijn strip werd, hoe groter ook de druk om die populariteit in geld om te zetten, tot aan het punt waarop ik net zoveel tijd spendeerde aan het tekenen als aan het schreeuwen tegen managers. De cartoon merchandising markt is 12 miljard dollar groot, en het syndicaat wilde, heel begrijpelijk, een stuk van die taart. Maar hoe meer ik nadacht over wat ze met m’n creatie wilden doen, hoe meer dat inconsistent leek te zijn met de reden dat ik strips teken. Dat verkopen is eigenlijk meer een kwestie van inkopen: verkoop ‘t, en wat je eigenlijk doet is je inkopen in het systeem van waarden, regels en beloningen van iemand anders. De zogenaamde kans die me geboden werd zou hebben betekend dat ik mijn stem zou hebben opgegeven voor die van een inhalige onderneming. Ik zou tekenen om spullen te verkopen, niet om iets te zeggen. Mijn trots in mijn ambacht zou worden opgeofferd aan de efficientie van massaproduktie, en het werk van assistenten. Het auteursschap zou veranderen in een commissie. Creativiteit zou verworden tot werken-voor-geld. Kunst zou verworden tot commercie. Kortom: het geld zou alle reden moeten zijn om te doen wat ik deed.
Met andere woorden: het syndicaat wilde m’n strip veranderen in precies al het berekenende, lege en mechanische dat ik haatte in m’n oude baan. Ze zouden mijn cartoonfiguren veranderen in TV advertentieboeren en T shirt kretologen, en ze zouden me beroven van figuren waarmee ik mijn eigen gedachten kon uiten.
Op die manier was het gemakkelijk om het aanbod te weigeren. Helaas vond het syndicaat het ook gemakkelijk om te weigeren mijn weigering te accepteren, en we vechten er nu al drie jaar om. Kennelijk is dat de manier waarop het bedrijfsleven werkt in de VS: de zucht naar vette winsten onderdrukt alle gewetensnood.
Jullie zullen allemaal je eigen ethische dilemma’s tegenkomen, zowel in je professionele als in je priveleven. We hebben allemaal verschillende behoeften en verlangens, maar als je er niet achter komt waar je voor staat en wat je werkelijk wilt, dan zul je een passief en onvervuld leven leiden. Vroeg of laat wordt van ons allemaal geëist dat je jezelf en datgene waarvoor je staat geweld aandoet. We definieren onszelf met onze handelingen. Met elke beslissing vertellen we onszelf en de wereld wie we zijn. Bedenk wat je uit dit leven wil halen, en bedenk ook dat succes in verschillende smaken komt. Vele van jullie zullen rechten gaan studeren, of bedrijfskunde, of medicijnen, en je zult een startsalaris krijgen waarmee je, met wat mazzel, je studieschulden voor je sterft kunt afbetalen.
Maar een jaloersmakende carriere hebben is een ding; een gelukkig mens zijn iets anders.
Een leven leiden dat je waarden weergeeft en je ziel tevredenstelt is een zeldzame verworvenheid. In een samenleving waar inhaligheid en overmaat de norm zijn voor een goed leven is iemand die gelukkig is in z’n eigen werk op z’n best een excentriekeling, en misschien zelf subversief. Ambitie wordt alleen begrepen als het klimmen op een of andere zelfverzonnen ladder van succes. Iemand die een weinig veeleisende baan neemt zodat hij tijd heeft om andere interesses te volgen wordt gezien als een mislukkeling. Iemand die uit een carriere stapt om thuis de kinderen op te voeden wordt gezien als iemand die niet z’n volledige potentie ontwikkeld — alsof een titel en een salaris de enige manier zijn om iemands waarde te meten. Je zult op honderden subtiele en niet zo subtiele manieren te horen krijgen dat je moet blijven klimmen, en dat je mag nooit tevreden zijn met waar je bent, wie je bent, en wat je doet. Er zijn ontelbare manieren om jezelf te verkopen, en ik garandeer je dat je ze zult leren kennen.
Betekenis geven aan je eigen leven is niet gemakkelijk, maar het mag gelukkig nog steeds en ik denk dat je dat de moeite waard zult vinden. Het lezen van hoogdravende filosofie hier in deze gebouwen mag je misschien niet direct aan een baan helpen, maar als die boeken je er toe brengen je af te vragen wat het leven waardevol, betekenisvol en vervuld maakt dan heb je het Zwitserse zakmes van het mentale leven, en die komt altijd handig te pas.
Ik denk dat je er achter gaan komen dat Kenyon een diep verborgen deel van jullie heeft geraakt. Dit waren de vormende jaren. Het zit er dik in dat minstens een van je klasgenoten je alles heeft geleerd over alles wat lelijk kan zijn in de mens. Als je geluk had heb je ook een leraar gehad die een vonk van interesse of inzicht heeft doen ontbranden. Cultiveer dat, en mogelijk vind je een diepere betekenis in je leven dat je geest en ziel voedt. Je voorbereiding op de echte wereld zit ‘m niet in de antwoorden die je geleerd hebt, maar in de vragen die je jezelf hebt leren stellen. Aangezien jullie van Kenyon komen zal dat wel goed zitten.
Ik wens jullie geluk en vervulling. Gefeliciteerd met jullie prestatie.
Vertaling van een speech van Bill Watterson, de tekenaar van de strip Casper & Hobbes, gevonden op de website van Thomas Stadil Pinstrup opnieuw gevonden op de website van SiteUnderground.

Reageer