Hoe overwin je uitstelgedrag: Niet perfect, maar goed genoeg
Uitstelgedrag kan een zware wissel trekken op zowel je werk- als je privéleven. Gemiste kansen, stress, irritatie, schuldgevoelens, overwerk, tegenzin: allemaal symptomen. Hoe kom je er aan, en hoe kom je er af?
Niet perfect, maar goed genoeg
Als je het idee hebt dat iets perfect moet zijn maak je de drempel wel erg hoog om er ooit aan te beginnen. Wanneer verandert het van ‘goed genoeg’ in ‘perfect’? Hoeveel tijd, werk en moeite moet je er dan wel niet insteken?
Omdat je dat niet kunt overzien (of juist maar al te goed; zie ook deel 2 van deze serie) schiet de stress omhoog, en uit zelfbehoud blijf je het maar uitstellen. Totdat de deadline in zicht komt, en dan is opeens het geldige excuus dat je domweg te weinig tijd had om het beter te doen. En als je geen deadline blijf je het continu voor je uitschuiven.
De oplossing is tweeledig. Ten eerste, geef jezelf toestemming om voor ‘goed genoeg’ te gaan. Ten tweede, de eerste stap die je neemt hoeft niet gelijk de laatste te zijn.
Jezelf toestemming geven om voor ‘goed genoeg’ te gaan is voor een rasechte perfectionist natuurlijk niet gemakkelijk. Maar ga eens even na wat het doel is van het werk dat je aan het uitstellen bent. Waar zit de ontvanger van je werk op te wachten?
Stel je voor dat je klant bent van een tekstschrijver die je opdracht hebt gegeven voor een artikel in het personeelsblad. De ene tekstschrijver levert een briljant geschreven stuk, zo geschikt voor de AKO Literatuurprijs, maar helaas net na de deadline. De andere tekstschrijver levert een vlot stuk, prima geschikt voor de doelgroep, en keurig op tijd. Waar zat de opdrachtgever op te wachten? En wie, denk je, krijgt de vervolgopdracht?
En uiteraard hoeft de eerste versie niet meteen perfect te zijn. Sterker nog, om het uitstelgedrag te doorbreken is het nuttig om de eerste versie doelbewust zo slecht mogelijk neer te zetten. Dan ben je in ieder geval aan het werk (“Niet afmaken, maar beginnen”, weet je nog?), en bovendien geef je je collega’s de kans om hun ideeën en verbeteringen erop los te laten. Niets is zo demotiverend om een perfect document te moeten doorkijken.
Dit artikel is deel van een serie over het overwinnen van uitstelgedrag. Lees ook:
deel 1, Niet moeten, maar willen,
deel 2, Niet afmaken, maar beginnen,
deel 4, Niet afzien, maar pret hebben en
deel 5, Niet eindeloos, maar timeboxen.

(1 votes, average: 4.00 out of 5)
Ja Bert, er kan zeker een positieve wisselwerking ontstaan door gedragsverandering toe te passen. Veelal beperkt men zich tot het laatste en wordt het psychische aspect niet of onvoldoende onder de loep genomen. Dan wordt het m.i. lapwerk en zet het geen zoden aan de dijk voor de lange duur. Ik geloof dus in en-en.
Groetjes,
Bert-Jan.
Beste Bert,
Mooie artikelenserie met praktische tips. Wellicht een aanvulling: De oorzaak van uitstelgedrag kan een psychische zijn en is het menigmaal. In zijn algemeenheid is dat niet eenvoudig te duiden, omdat het heel persoonlijk is. In mijn praktijk ken ik mensen die uitstelgedrag vertoonden met depressiviteit als oorzaak, of een specifieke persoonlijke innerlijke weerstand.
De ervaring, sinds 1992 inmiddels, wijst uit dat als er sprake is van een psychische oorzaak de andere oplossingen niet werken, of niet blijvend werken.
Hetzelfde geldt voor andere problemen met timemanagement. We hebben allemaal 24 uur en ik zeg in de coaching wel eens:”We hebben een overvloed aan tijd”. Dat maakt de betrokkene bewust van diens keuzevrijheid. Onderschat de psychische, innerlijke blokkades niet, die ook fysiek, mentaal, emotioneel, sociaal, relationeel en spiritueel bepaald kunnen zijn.
Fantastisch om mensen daarmee te kunnen helpen.
Met vriendelijke groeten,
Bert-Jan van der Mieden.
vertrouwensmanagement
Hallo Bert-Jan,
Uitstelgedrag is inderdaad geen simpel verschijnsel; menselijk gedrag is sowieso een uiting van een complex geheel van interne en externe factoren die — dit soort weblogs ten spijt — niet met een snelle zwaai van een toverstaf zijn op te lossen.
Wel ben ik er van overtuigd dat er een wisselwerking bestaat tussen de binnenkant en de buitenkant, die verder gaat dan we volgens de regels van de empirische wetenschap kunnen hardmaken. Daarmee bedoel ik dat in mijn ervaring de psychische oorzaken van ongewenst gedrag wel eens kunnen worden aangepakt door juist dat gedrag te veranderen. ‘Psychische oorzaken’ zijn immers ook (maar) een gevolg, een echo, van wat er met je in de buitenwereld gebeurt of is gebeurd.
Als je daarnaast óók de motivatie voor gedragsverandering goed fundeert is het heel wel mogelijk (in mijn ervaring) om van buitenaf een gedragsverandering door te voeren. Je moet dan inderdaad wel zorgen dat niet alleen het mentale vlak, maar ook de fysieke (‘Sport / rust je genoeg?’), emotionele (‘Kun je goed met je gevoelens overweg?’) en spirituele (‘Waar doe je het voor?’ ) kanten voldoende aandacht krijgen.
Voor wat betreft de keuzevrijheid: in mijn cursussen en coaching begin ik altijd met de vraag of ze op dit moment niets beters te doen hebben; en zo ja, waarom ze dan naar mij aan het luisteren zijn. Levert altijd aardige discussies op, met (als het goed is) uiteindelijk de realisatie dat ze hun leven zelf in eigen hand hebben.
Fantastisch om mensen daarmee te kunnen helpen, inderdaad.
Bedankt voor je reactie; ik kijk uit naar je bijdragen!