Het Nieuwe Werken — als symptoombestrijding
“Het Nieuwe Werken” is nogal een hype aan het worden.
Op Twitter, Facebook, LinkedIn en andere sociale media buitelt de ene #HNW expert over de ander. IT dienstverleners duiken op “het Nieuwe Werken” als evenzovele digitale bokken op haverkisten vol smakelijke en vooral winstgevende nullen en enen. Kranten en tijdschriften vullen hun tech-kolommen met enthousiaste verhalen over ‘de werknomade’ die met ‘het nieuwe werken’ het productieve Nirvana heeft bereikt. En, in overtreffende trap: als Het Nieuwe Werken nog niet genoeg is, dan kun je zelfs verder gaan met Het Betere Werken.
Het Nieuwe Werken: wat is dat dan?
Mocht je er in geslaagd zijn om de discussie tot dusver te missen dan volgt hier een korte definitie: Het Nieuwe Werken bestaat uit “het plaats- en tijdonafhankelijk uitvoeren van werkzaamheden, ondersteund door moderne mobiele technologie.” Daarbij passen fraaie beelden als werken op een terrasje bij mooi weer (mailtje naar de ober: “Koffie verkeerd graag”). Of het flexibel kunnen schuiven met je werktijden, zodat je toch bij het toneelstuk kunt zijn dat ’s middags op de school van je kinderen wordt uitgevoerd. Of: niet meer je collega hoeven mailen, want die is bereikbaar via Twitter (of een interne bedrijfsvariant daarop).
Daarbij zij aangetekend dat dit slechts één van de vele definities is die over HNW te vinden is. Zoals zoveel gehypte technologieën is HNW vooral een sponsbegrip: iedere keer dat je er in knijpt spuit er weer een nieuwe plas definities uit.
Nu is er wat mij betreft niets mis met plaats- en tijdonafhankelijk werken. Ook en zelfs niet als er ‘moderne mobiele technologie’ bij betrokken is: in mijn vorig leven als IT-er heb ik daar zelfs enthousiast aan mee ontwikkeld, en daar blijft toch altijd wat van hangen. Maar uit de discussies die ik heb met mijn cursisten en aanhangend volk blijft van het mooie HNW visioen toch vooral één beeld hangen.
Dat van Het Nieuwe Werken als symptoombestrijding.
Symptomen
Misschien spreek ik de verkeerde mensen, maar wat ik vooral hoor, achter en onder de enthousiaste verhalen over Het Nieuwe Werken is: “thuis / in het café / op die flexibele werkplek / ’s avonds na tienen word ik tenminste niet de hele tijd lastig gevallen door m’n collega’s, en dan ben ik veel productiever!”
Ja, dat haal je de koekoek! [OnzeTaal].
Als je je weet te verstoppen, in plaats of tijd, om je werk te doen, wordt je inderdaad niet zo snel lastig gevallen, en dan kun je je beter focussen op je werk. Natuurlijk ben je dan productiever!
Maar ja, die ‘moderne mobiele technologie’ die je moet gebruiken om je eigen werkzaamheden uit te voeren gooit roet in het eten. Met de internetverbinding die jij gebruikt om je mailtjes de deur uit te doen komen ook de mailtjes van je collega’s binnen; en de mobiele telefoon die jij gebruikt om anderen te kunnen raadplegen wordt door die anderen weer gebruikt om jou te lokaliseren. En als je de verschoven werktijden gebruikt om op een druilerige zondagochtend nog even een rapportage te versturen, ben je dan sterk genoeg om op de fraaie zondagmiddag niet de mobiele telefoon te beantwoorden als de ontvanger wat vragen heeft?
Ongestoord werken
We vallen elkaar veel te veel en veel te vaak lastig. En telkens als je gestoord wordt ben je weer ettelijke minuten bezig om weer volledig terug te komen in de taak waar je mee bezig was. Als je gemiddeld gesproken vijf keer per uur gestoord wordt, ben je zo maar 5 x 5 minuten bezig om er weer in te komen.
De reden dat we elkaar zo vaak storen is domweg dit: op het moment dat we met iets zitten waar iemand anders voor nodig is, hebben we daar geen betrouwbare parkeerplek voor. We moeten die vraag of opmerking meteen kwijt, want anders is-t-ie weg. En dus grijpen we de telefoon, kloppen snel een mailtje, gooien een tweet de ether in, of, als je prijs stelt op warm menselijk contact, lopen we langs: “Heb je een minuutje voor me?” Alles onder het mom van: ‘Het kan nu, en als ik het nu niet doe dan vergeet ik het en dan gebeurt het nooit.’
Vrij parkeren
Terwijl je over het algemeen best in staat bent om je vraag of opmerking even te parkeren, om op een later tijdstip een hele lijst met van die vragen of opmerkingen puntsgewijs in één keer af te handelen.
Mits je een betrouwbare parkeerplek hebt.
Binnen de Getting Things Done methode is hiervoor de @agenda context uitgevonden. Alle punten die je met Ronald of Rosalyn moet bespreken gaan op de @agenda actielijst, en de eerstvolgende keer dat je R. ziet en/of spreekt pak je die lijst er bij.
Jij blij, want je vergeet geen belangrijke-maar-niet-dringende zaken die je met R. had moeten bespreken. R. blij, want die wordt niet steeds chagrijniger van elke interruptie. En jullie beide blij, want je kunt een moment afspreken waarop je beide de lijst met zaken met aandacht kunt bespreken.
En als je dan fan bent van Het Nieuwe Werken, dan spreek je toch gewoon af op een terrasje?
Ober!

Reageer